Spring naar inhoud
← Terug naar handleiding Planten plaatsen

Zet je planten op de kaart

Je luchtfoto staat klaar. Nu kun je bomen, struiken en andere planten toevoegen op de plek waar ze staan. Je leert hoe je een planttype of icoon kiest, de diameter instelt en de eerste planten op de kaart plaatst. Dezelfde werkwijze kun je ook op een schematische kaart gebruiken.

Werken vanaf luchtfoto Bomen en struiken plaatsen Diameter instellen Planticonen kiezen
Wanneer gebruiken?

Je terrein staat klaar. Tijd om planten toe te voegen.

Begin met een paar herkenbare planten op je kaart. In het voorbeeld gebruiken we een luchtfoto, zodat je ziet waar iedere boom of struik komt te staan. Je kunt later altijd meer planten toevoegen.

Wat leer je?
  • De plaatsmodus openen via Planten.
  • Een planttype kiezen en de diameter aanpassen.
  • Een plaatsing ongedaan maken of opnieuw uitvoeren.
  • Beschikbare en eigen planticonen gebruiken.
  • Je eerste beplante kaart controleren.
Stap voor stap

Je eerste planten op de kaart zetten

We beginnen met een lege luchtfoto en voegen daarna verschillende planten toe.

Stap 1

Open je terrein met luchtfoto

Open het terrein waarop je planten wilt toevoegen. In dit voorbeeld beginnen we met een lege luchtfoto. Zo kun je duidelijk zien waar je straks de eerste bomen en struiken plaatst.

Lege GreenPlot-luchtfoto waarop nog geen planten staan
Stap 2

Ga naar Planten plaatsen

Tik boven de kaart op Planten. Kies in het menu onder Toevoegen voor Planten plaatsen. Je komt nu in het scherm waarin je nieuwe planten op de kaart zet.

Menu Planten met onder Toevoegen de knop Planten plaatsen
Stap 3

Kies een planttype

Tik op de plantkeuze om Plant kiezen te openen. Op het tabblad Planttype kun je kiezen tussen Bloem, Struik en Boom. We beginnen met een boom.

Keuze tussen Bloem, Struik en Boom in het menu Plant kiezen
Stap 4

Stel de diameter in

Naast je plantkeuze zie je de diameter in meters, bijvoorbeeld 1,5 m. Met de min- en plusknop maak je deze kleiner of groter. Tik op de diameter om het uitgebreide venster te openen: daar kun je ook een waarde invullen of een voorgestelde maat kiezen. Bevestig met Toepassen.

Scherm Diameter instellen met invoer in meters en de knop Toepassen
Stap 5

Plaats de eerste boom

Je kunt de naam van je boom al aanpassen voordat je hem op de kaart zet. Tik daarvoor bovenaan op de naam of het potloodje. In dit voorbeeld is de naam al veranderd naar Mispel. Zet daarna de oranje plaatsmarkering op de gewenste plek op de luchtfoto. Controleer het planttype en de diameter en tik op de groene knop Plaats boom. Je eerste boom staat nu op de kaart.

Eerste boom in plaatsmodus met oranje plaatsmarkering en de knop Plaats boom
Stap 6

Voeg ook een struik toe

Kies vervolgens Struik bij de plantkeuze. Pas eventueel de diameter aan en bepaal de plaats op de kaart. Tik op Plaats struik om deze toe te voegen. Zo kun je op dezelfde kaart verschillende planttypen combineren.

Plaatsmodus voor een struik met de diameterinstelling en groene plaatsknop
Stap 7

Een plaatsing corrigeren

Is een plant niet goed geplaatst? In de plaatsmodus gebruik je de gebogen pijltjes om je laatste actie ongedaan te maken of weer opnieuw uit te voeren. Je kunt dus eenvoudig een plaatsing terugdraaien voordat je verdergaat.

Plaatsmodus waarin de knoppen voor ongedaan maken en opnieuw uitvoeren zichtbaar zijn
Stap 8

Zet meerdere planten achter elkaar neer

Je hoeft de plaatsmodus niet voor iedere plant opnieuw te openen. Zet bijvoorbeeld een paar struiken op verschillende plekken: verplaats de oranje markering en gebruik telkens Plaats struik. Zo vul je je terrein rustig verder in.

Een reeks struiken op de luchtfoto met actieve plaatsmarkering voor een volgende struik
Stap 9

Kies een herkenbaar planticoon

Open opnieuw Plant kiezen en ga naar het tabblad Planticonen. Hier kies je bijvoorbeeld een appel, kers of den in plaats van alleen een algemeen boom- of struikicoon. Onder aan de lijst staat Planticonen beheren.

Venster Plant kiezen op het tabblad Planticonen met de knop Planticonen beheren
Stap 10

Beheer welke iconen beschikbaar zijn

Via Planticonen beheren kun je op Beschikbaar bepalen welke standaardiconen je in de keuzelijst wilt zien. Het tabblad Eigen is bedoeld voor je eigen planticonen. Kies de iconen die voor jouw terrein handig zijn.

Scherm Planticonen beheren met beschikbare iconen en het tabblad Eigen
Stap 11

Plaats een plant met het gekozen icoon

Kies bijvoorbeeld het icoon Den. Terug op de luchtfoto zie je het icoon bij je plantkeuze en de oranje plaatsmarkering op de kaart. In dit voorbeeld hebben we ook alvast een rode appel en een kers met hun eigen herkenbare iconen op de kaart geplaatst. Controleer de plek van de den en druk op de groene plaatsknop om deze toe te voegen.

Voorbeeld van een Den als geselecteerd planticoon met oranje plaatsmarkering op de luchtfoto
Stap 12

Bekijk het resultaat op de kaart

Ga terug naar de gewone terreinkaart. Je ziet nu je geplaatste bomen en struiken met de gekozen iconen op de luchtfoto. Dit is je eerste plantenoverzicht. Daarna kun je je terrein verder indelen in herkenbare gebieden.

Eindresultaat met bomen en struiken als herkenbare planticonen op de luchtfoto
Je eerste planten staan op de kaart

Ga verder met herkenbare gebieden

Je hebt nu bomen en struiken toegevoegd. Wil je duidelijk maken welk deel van je terrein bijvoorbeeld je voedselbos, boomgaard of moestuin is? In de volgende tutorial leer je hoe je gebieden met een eigen naam en kleur intekent.

Volgende tutorial: gebieden intekenen →
Ook handig

Meer doen met je planten

Vanuit je eerste plantenkaart kun je verder met plantdetails, planten terugvinden of een bestaande plant verplaatsen.